§1.2 Wat zijn de verschillen tussen de hersenen van de man en de vrouw?
Mannen en vrouwen verschillen. Niet alleen met betrekking tot hun uiterlijk, of anders gezegd hun lichaam, maar ook met betrekking tot het gedrag dat ze tonen. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze verschillen in gedrag grotendeels verklaard kunnen worden door verschillen in hersenstructuren. De ontwikkeling van de menselijke hersenen is zoals al eerder gezegd, verschillend voor mannen en voor vrouwen. Dit verschil in ontwikkeling resulteert in de toekomst(volwassenheid) in verschillen in gedrag, zowel seksueel gedrag (bijvoorbeeld: de keuze van een seksuele partner), evenals gedrag dat niet direct gekoppeld is aan seksualiteit. Een voorbeeld hiervan is ruimtelijk denken: vrouwen hebben over het algemeen meer ruimtelijk inzicht dan mannen. Genetisch gezien is er een verschil tussen mannen en vrouwen: mannen hebben twee verschillende geslachtschromosomen (XY) en vrouwen twee gelijke (XX). Dit verschil in genotype resulteert in een uiterlijk verschil, onder andere m.b.t. de ontwikkeling van de zaadballen en eierstokken(gonaden). Dit fenotypisch verschil(uiterlijk verschil) resulteert op zijn beurt uiteindelijk weer in een verschillende productie van de geslachtshormonen oestradiol (voornamelijk bij mannen). Dit onderscheid in hormonale productie leidt dan tot verschillende effecten in de ontwikkeling van mannen en vrouwen, waaronder de hersenontwikkeling. De sleutel in dit proces ligt in het feit dat de betrokken hormonen (oestradiol en testosteron) in Mannen en vrouwen verschillen. Niet alleen met betrekking tot hun uiterlijk, of anders gezegd hun lichaam, maar ook met betrekking tot het gedrag dat ze tonen. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze verschillen in gedrag grotendeels verklaard kunnen worden door verschillen in hersenstructuren. De ontwikkeling van de menselijke hersenen is zoals al eerder gezegd, verschillend voor mannen en voor vrouwen. Dit verschil in ontwikkeling resulteert in de toekomst(volwassenheid) in verschillen in gedrag, zowel seksueel gedrag (bijvoorbeeld: de keuze van een seksuele partner), evenals gedrag dat niet direct gekoppeld is aan seksualiteit. Een voorbeeld hiervan is ruimtelijk denken: vrouwen hebben over het algemeen meer ruimtelijk inzicht dan mannen. Genetisch gezien is er een verschil tussen mannen en vrouwen: mannen hebben twee verschillende geslachtschromosomen (XY) en vrouwen twee gelijke (XX). Dit verschil in genotype resulteert in een uiterlijk verschil, onder andere m.b.t. de ontwikkeling van de zaadballen en eierstokken(gonaden). Dit fenotypisch verschil(uiterlijk verschil) resulteert op zijn beurt uiteindelijk weer in een verschillende productie van de geslachtshormonen oestradiol (voornamelijk bij vrouwen) en testosteronverschillende concentraties op verschillende tijdstippen van de hersenontwikkeling in het lichaam aanwezig zijn. Globaal gezien hebben mannen een vroege piek van testosteron en vrouwen een late piek van oestradiol. Het is deze piek van testosteron bij mannen die het belangrijkste is in het tot stand komen van de seksuele differentiatie van de hersenen. Meer precies kan worden gesteld dat testosteron gedurende zowel de foetale ontwikkeling ( nog voor de geboorte) evenals meteen na de geboorte en verderop in de vroege ontwikkeling de mannelijke hersenontwikkeling bevordert. Bij afwezigheid van dit hormoon zullen de hersenen zich vrouwelijk ontwikkelen. Het feit dat bij afwezigheid van testosteron de hersenen zich vrouwelijk ontwikkelen betekent dus dat de hersenen eigenlijk geprogrammeerd zijn zich vrouwelijk te ontwikkelen, tenzij er een extra signaal komt (testosteron): dit proces noemen we een 'default'-ontwikkeling.

Afb. 1: De menselijke hersenen (zijaanzicht; voorzijde
rechts)
Ook valt de grootte van het brein op;
mannenhersenen wegen gemiddeld meer dan vrouwenhersenen. Betekent dit dan ook
dat mannen over het algemeen slimmer zijn? Het antwoord is nee, mannen en
vrouwen scoren vergelijkbaar op IQ-testen. De reden hiervoor lijkt te zijn dat
vrouwenhersenen economischer omgaan met de ruimte, op kritieke plekken in het
brein is het hersenweefsel wat dichter verweven dan bij de man. Zo is de hersenschors
gemiddeld wat dikker bij de vrouw en bevatten ook de frontaalkwab (in grote
mate verantwoordelijk voor het IQ) en de taalgebieden bij vrouwen meer
hersencellen dan bij de man over hetzelfde oppervlak. Kleinere hersenen
betekenen dus niet dat iemand ook noodzakelijk minder intelligent is.
Een tweede verschil is dat vrouwen een dikkere hersenbalk hebben dan
mannen(dit heeft tot gevolg dat aan allebei de hemisferen meer informatie ter
beschikking komt). Reden genoeg voor veel onderzoekers om te concluderen dat
vrouwen daarom ook beter kunnen multitasken dan mannen. Of dit echt zo is
blijft echter de vraag; bewijs voor deze aanname is twijfelachtig en mensen
blijken überhaupt weinig te bakken van het multitasken. Wel lijkt het zo te
zijn dat het vrouwenbrein hierdoor anders functioneert; er wordt minder
'gekokerd' gedacht, er is
meer ruimte voor samenkomst van ratio(verstand) en emoties(gevoelens) en andere perspectieven kunnen beter
worden overgenomen. De man kan zich echter, door de meer gerichter werking van
zijn brein, over het algemeen beter vastbijten in één ding; doelgericht denken
en hier hard voor werken zijn voor hem vanzelfsprekender dan voor de
vrouw.