Veroudering? Wat heeft dat voor effect op je geheugen
Veel ouderen onder ons zijn bang dat hun geheugen zal verslechteren. Daardoor raken ze al snel in paniek als ze een beetje vergeetachtig worden. Meestal is dit onterecht omdat iedereen vergeet wel eens iets. Maar de ouderen denken daar eerder iets achter vanwege hun leeftijd. Het is namelijk zo dat de snelheid waarmee informatie verwerkt kan worden afneemt naarmate je ouder wordt. Ook de opslagruimte in het geheugen wordt minder en je kunt je minder goed concentreren. De oorzaak hiervan is echter dat men sneller vermoeid raakt. Vanaf je 25, 30 jaar gaat de snelheid waarmee je informatie kan verwerken achteruit.
Wat is het nut van een geheugencursus?
Veel mensen horen de laatste tijd over geheugentrainingen. Bijvoorbeeld op tv of op de computer. Maar werken die nu wel? Uit onderzoek is gebleken dat de geheugentrainingen het geheugen op zich niet verbeteren. De trainingen helpen de deelnemers echter wel beter leren om te gaan met hun geheugen. Hierdoor kunnen ze informatie gemakkelijker opnemen en oproepen. De meeste geheugentrainingen zijn gebaseerd op het CASSA-model. Dit staat voor concentratie, associëren, structureren, selecteren en aanvaarden.
Concentratie: dit is een belangrijke voorwaarde om iets te kunnen onthouden. Zonder enige concentratie gaat de informatie het ene oor in en het andere oor weer uit terwijl er niets opgeslagen wordt. Dingen opnieuw blijven herhalen zoals een telefoonnummer is een handig hulpmiddel om iets te onthouden.
Associatie: Dit is ook een hulpmiddel om informatie op te slaan. Hiermee bedoelen we dat je dingen met elkaar in contact kan brengen om iets te onthouden. Dit is bijvoorbeeld voor je pincode en je probeert er een wiskundige formule in te vinden. Bijvoorbeeld: de som van de eerste twee cijfers is gelijk aan het derde getal min het vierde getal.
Structureren: Dit is ook een handig hulpmiddel om iets te onthouden. Hierbij structureer je de dingen die je moet onthouden. Zoals bij een boodschappenlijstje zet je de appels en sinaasappels bij elkaar en de melk en de vla.
Selecteren: uiteindelijk hoef je niet alles te onthouden, daardoor kan men zich beter focussen op de echt belangrijke dingen. Dit kan je bijvoorbeeld doen door een samenvatting te maken enz.
Aanvaarden: Aanvaard je gebreken. Als je weet dat je ergens niet goed in bent, probeer er dan een hulpmiddel bij te gebruiken. Als je weet dat je de boodschappen niet kan onthouden, schrijf dan een boodschappenlijstje.
Tevens heeft het uitoefen van geheugentrainingen nog meer nut. Dit doordat de deelnemer ook de kans krijgt hun geheugen te vergelijken met die van zijn leeftijdsgenoten, zodat hij/zij een realistischer beeld krijgt van eigen kunnen. Hierdoor leren mensen leven met hun beperkingen en voelen ze zich zekerder.
Hoe verzorg je je geheugen?
Je kunt je geheugen goed verzorgen door je zintuigen, fysieke conditie, geestelijk evenwicht en voorkennis goed te houden.
Zintuigen: Hoe meer zintuigen we gebruiken om iets waar te nemen hoe beter we het onthouden. Als een bepaald zintuig niet goed functioneert, wordt dit gecompenseerd. Bijvoorbeeld: een blinde zal meer informatie opnemen via zijn oren. Daardoor is het dus belangrijk om alle zintuigen te gebruiken.
Fysieke conditie: Wie moe is zal zich minder goed kunnen concentreren en daardoor minder goed onthouden. Een gezonde voeding en regelmatige lichaamsbeweging zorgen er niet alleen voor dat je je fysiek beter voelt, maar ook voor een betere doorbloeding en zuurstofvoorziening van de hersenen.
Geestelijk evenwicht: Wanneer je je niet lekker voelt, gespannen bent of je zorgen maakt zal je concentratie afnemen en zal je geheugen je in de steek laten.
Voorkennis: De algemene kennis die we al hebben kan invloed uitoefenen op hoe goed we dingen onthouden. Ten eerste is er intelligentie. Mensen met een hoger IQ zullen beter teksten onthouden als mensen met een laag IQ. Dit komt omdat ze het beter begrijpen en sneller verbanden leggen en structureren. Mensen zullen ook vooral dingen onthouden die hen interesseren. Dit komt omdat ze de nieuwe kennis kunnen vastknopen in een al bestaand netwerk.
Welke geheugensystemen zijn er?
Er zijn meerder geheugensystemen. Men maakt onderscheid tussen vier verschillende geheugensystemen die elk een verschillende functie hebben. Die vier verschillende geheugensystemen zijn: zintuiglijk geheugen, korte termijngeheugen, lange termijn geheugen en het autobiografisch geheugen.
Zintuiglijk(sensorisch) geheugen: dit registreert de informatie die ons via de zintuigen bereikt. Zoals: alles wat we zien, voelen, horen, ruiken, proeven. Het stelt ons in staat om klanken die we tijdens een gesprek horen samen te brengen tot klankreeksen. De hoeveelheid die het kan opnemen is zeer beperkt en is slechts van korte duur(namelijk hooguit enkele seconden).
Korte termijngeheugen(werkgeheugen): Nadat de informatie via het zintuiglijk geheugen is gepasseerd komt het in het werkgeheugen terecht. Hier wordt de informatie bewerkt voordat het permanent wordt opgeslagen. Dit geheugen is ook beperkt in opslagcapaciteit en in opslagtijd. Als je de gegevens niet herhaalt verdwijnen de gegevens na ongeveer 20 seconden, meestal al eerder door nieuwe binnenkomende informatie. Probeer maar een reeks cijfers te lezen en dan te herhalen. De snelheid waarmee het werkgeheugen informatie verwerkt verschilt van persoon tot persoon. Mensen met een hoge verwerksnelheid zullen meer informatie tegelijk kunnen verwerken en ook beter reageren op informatie die aan een hoog tempo wordt aangeboden.
Het lange termijn geheugen: Hier wordt de informatie opgeslagen die de moeite waard zijn om te worden opgeslagen. Hier worden ook emotionele gebeurtenissen opgeslagen. Het lange termijn geheugen beschikt over een onbeperkte opslagruimte waarin de informatie (bijna)eindeloos wordt bewaard. Het raakt nooit vol, maakt niet uit hoe oud je wordt, en wordt ook niet uitgewist. Echter kan het wel zo zijn dat de informatie moeilijker valt op te halen. Zoals: als je een ding niet meer weet en iemand zegt het, dan denk je bij jezelf:”dat wist ik wel hoe kon ik zo stom zijn”. Dit is echter wel belangrijk omdat als we alles wat we hebben opgeslagen, voelen of meemaken zouden we wellicht gek worden. Binnen het lange termijn geheugen onderscheidt men twee vormen van informatieopslag: Het proceduraal geheugen(wordt ook wel impliciet geheugen genoemd), dit is het geheugen voor procedures zoals hoe je iets moet doen. En het declaratief geheugen(wordt ook wel expliciet geheugen genoemd). Dit is het geheugen voor persoonlijke gebeurtenissen en betekenissen. Zoals een herinnering en je woordenschat. Het opslaan en terugroepen van informatie verloopt via procedures. Het valt misschien het best te vergelijken met een bibliotheek waarin alles via een bepaald systeem is opgeslagen en waarin je gemakkelijk dingen kunt opzoeken. Hoe beter de opgeslagen informatie is georganiseerd, hoe makkelijker we ze weer kunnen oproepen.
Autobiografisch geheugen: Hierin zit onze persoonlijke geschiedenis opgeslagen. Merkwaardig is dat we van onze eerste drie jaar bijna geen persoonlijke herinneringen hebben terwijl ons lange termijn geheugen wel bepaalde gebeurtenissen uit die tijd zal vasthouden zoals rechtop leren lopen. Ook is het dat voor dit geheugen vooral gebeurtenissen uit het verre verleden en uit het heden belangrijk zijn.

Afb. 5 verloop van de opgeslagen informatie
Het verloop van de opgeslagen informatie